In de achttiende eeuw bracht Jacomo Bosio de eerste passiebloemen mee naar Europa. Van alle passiebloemen komen 95% oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. De rest komt uit Azië, Australië en Noord-Amerika. Vanaf het begin van de 19de eeuw werden vele soorten verzameld en gekweekt in botanische tuinen en oranjerieën van gegoede burgers. Ook vele groenboekjes publiceerden regelmatig artikels over passieflora's. Na de eerste wereldoorlog was er door de economische recessie een terugval. Door de vrije tijd en de welvaart is er opnieuw een toenemende interesse voor het kweken van passiebloemen.
UITLEG BETREFFENDE DE DELEN VAN EEN PASSIFLORA KLIMPLANT
De passiebloem groeit zeer goed op ontwaterende of arme grond. Het is onnodig ze overvloedig te begieten of te bemesten. Overdaad kan negatieve gevolgen hebben: de plant groeit weelderig maar bloeit niet. Het wortelgestel ontwikkelt onvoldoende waardoor de plant het reeds bij een korte droogteperiode moeilijk heeft.
HET OPPOTTEN EN DE VORMGEVINGVoor een passiebloem kan u zowel plastiek als aarden potten gebruiken. Wilt u een grote plant dan kan u best een grotere pot gebruiken. Wilt u het snoeien wat in de hand houden, gebruik dan een kleinere pot. Dit komt zeker niet ten nadele van de bloei. De passiebloem is een klimplant. De plant kan langs een buisvormige draad in pantanet, of een door u in elkaar geknutseld rekje in een pot geplaatst worden. De plant is ook ideaal om langs een pergola te laten klimmen, of om een lelijk stukje draad of paal te bedekken. Met behulp van handige clips kan u de plant laten groeien zoals u het wenst. Let wel dat u een aantal ranken op natuurlijke wijze neer laat hangen, want dan wordt de bloei gestimuleerd.
SNOEIDe hoofdstam wordt behouden en alle jonge scheuten worden flink verwijderd. Laat enkele scheuten met groen gebladerte zitten zodat de opwaartse sapstroom in stand blijft en zo de slapende groeiknoppen van de oude stam geactiveerd worden. Op deze manier worden het volgend voorjaar ook nieuwe scheuten gevormd in het hart van de plant. Van de kruidachtige soorten kan men de afgestorven takken verwijderen.
OVERWINTERENDe meeste passiebloemen zijn niet winterhard. De planten moeten worden binnengebracht voor het weer te guur wordt en de dagen te kort. In de winter is het belangrijk dat er een goede luchtcirculatie is. Ook mag de grondtemperatuur van de potten die op de grond staan in de serre niet te laag zijn. Het is ook hier belangrijk uw planten te kennen: sommige soorten overwinteren gemakkelijk bij 5°C andere bij 15°C.
VRUCHTDe vruchten van een passieflora variëren van de grootte van een erwt tot een wilde appel of een kleine pompoen. De kleur varieert van groen - geel - oranje - rood tot donkerpaars. De schil kan zowel dik als dun zijn; behaard of onbehaard…. De vruchten worden ook voor commerciële doeleinden gekweekt. Het grootste deel is bestemd voor snoep, sorbets en dranken. Hier in België hebben de passiebloemen ook vruchten maar doordat het hier onvoldoende warm is in de zomer zijn de vruchten echter vaak leeg.
STEKKENEen passieflora kan ook soms vermeerderd worden door zaden, maar wij stekken enkel passiebloemen. Men neemt een stek en verwijdert het onderste blad en de bloemstengel, de bloemknop, de klimrand en het schutblad (als die er zijn). Deze stekken worden onmiddellijk in mandpotjes gevuld met goede stekgrond geplant. De ideale temperatuur voor deze stekjes is tussen de 17 en de 20° C. Plaats er de eerste 10 dagen een plastiekje boven.